ECLI:NL:RBROT:2022:8608
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek omzetting faillissement naar schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende goede trouw en nakoming verplichtingen
Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot opheffing van zijn faillissement met gelijktijdige toepassing van de schuldsaneringsregeling. De curator en beschermingsbewindvoerder hebben negatieve adviezen uitgebracht, waarbij onder meer werd gewezen op onvoldoende onderbouwing van de schuldenlast en het ontbreken van goede trouw bij het ontstaan van schulden.
De rechtbank overweegt dat verzoeker hoge huurverplichtingen is aangegaan zonder vergunningen te onderzoeken, aanzienlijke boetes bij het CJIB heeft laten ontstaan en onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij de verplichtingen uit de schuldsanering kan nakomen. Verzoeker heeft niet aantoonbaar gesolliciteerd en heeft belangrijke informatie niet gedeeld met zijn beschermingsbewindvoerder en curator.
Gelet op de ernst en omvang van de schulden, het niet voldoen aan informatieverplichtingen en het ontbreken van voldoende inspanningen om schulden te voldoen, concludeert de rechtbank dat verzoeker niet te goeder trouw is geweest en de verplichtingen niet naar behoren zal nakomen. Het verzoek wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot omzetting van het faillissement naar de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens onvoldoende goede trouw en onvoldoende nakoming van verplichtingen.