ECLI:NL:RBROT:2022:8624
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot matiging sanctie wegens overschrijding maximumsnelheid in noodsituatie
Betrokkene werd beboet voor het overschrijden van de maximumsnelheid met 23 km/u buiten de bebouwde kom. Zij betwistte de overtreding niet, maar voerde aan dat zij in een acute noodsituatie handelde omdat haar dochter ernstig ziek was. Op de dag van de overtreding belde haar dochter haar dat het niet goed ging, waarna betrokkene direct een ambulance belde en met haar man snel naar haar dochter reed. Onderweg werden zij ingehaald door hulpdiensten en volgden deze, waardoor de snelheidsovertreding ontstond.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, maar de kantonrechter oordeelde dat de bijzondere omstandigheden het opleggen van een sanctie niet billijk maken. Hoewel snelheidsovertredingen een gevaar voor anderen kunnen vormen, was de overschrijding in dit geval noodzakelijk gezien de gezondheidstoestand van de dochter, die op diezelfde dag overleed aan een longembolie.
De kantonrechter volgde het standpunt van de vertegenwoordiger van de CVOM en matigde de sanctie tot nihil. Het beroep werd gegrond verklaard, de eerdere beschikking en beslissing vernietigd, en reeds gestelde zekerheid terugbetaald.
Uitkomst: De sanctie wegens snelheidsovertreding is gematigd tot nihil vanwege bijzondere omstandigheden rondom een medische noodsituatie.