ECLI:NL:RBROT:2022:8624

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
13 oktober 2022
Publicatiedatum
19 oktober 2022
Zaaknummer
9856014 \ MB VERZ 22-446
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot matiging sanctie wegens overschrijding maximumsnelheid in noodsituatie

Betrokkene werd beboet voor het overschrijden van de maximumsnelheid met 23 km/u buiten de bebouwde kom. Zij betwistte de overtreding niet, maar voerde aan dat zij in een acute noodsituatie handelde omdat haar dochter ernstig ziek was. Op de dag van de overtreding belde haar dochter haar dat het niet goed ging, waarna betrokkene direct een ambulance belde en met haar man snel naar haar dochter reed. Onderweg werden zij ingehaald door hulpdiensten en volgden deze, waardoor de snelheidsovertreding ontstond.

De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, maar de kantonrechter oordeelde dat de bijzondere omstandigheden het opleggen van een sanctie niet billijk maken. Hoewel snelheidsovertredingen een gevaar voor anderen kunnen vormen, was de overschrijding in dit geval noodzakelijk gezien de gezondheidstoestand van de dochter, die op diezelfde dag overleed aan een longembolie.

De kantonrechter volgde het standpunt van de vertegenwoordiger van de CVOM en matigde de sanctie tot nihil. Het beroep werd gegrond verklaard, de eerdere beschikking en beslissing vernietigd, en reeds gestelde zekerheid terugbetaald.

Uitkomst: De sanctie wegens snelheidsovertreding is gematigd tot nihil vanwege bijzondere omstandigheden rondom een medische noodsituatie.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 9856014 \ MB VERZ 22-446
cjib-nummer: [CJIB-nummer]
registratienummer: SA2511
uitspraak: 13 oktober 2022
uitspraak van de kantonrechter, zitting houdende te Dordrecht,
in de zaak van:
betrokkene: [betrokkene]
woonplaats: [woonplaats betrokkene]

1..Het verloop van de procedure

Bij inleidende beschikking van 11 maart 2021 is aan betrokkene een sanctie opgelegd van € 224,00, vermeerderd met € 9,00 administratiekosten. De beschikking is opgelegd voor “Overschrijding van de maximumsnelheid op (auto)wegen buiten de bebouwde kom met 23 km/h (verkeersbord A1)”, begaan op dinsdag 23 februari 2021 om 15:59 uur te Mijnsheerenland, gemeente Hoeksche Waard aan de Stougjesdijk (feitcode VG023).
Tegen deze beschikking is betrokkene op 7 april 2021 bij de officier van justitie in beroep gekomen.
De officier van justitie heeft het beroep van betrokkene ongegrond verklaard. Deze beslissing is op 21 juni 2021 aan betrokkene verzonden.
Tegen de beslissing van de officier van justitie heeft betrokkene op 2 augustus 2021 beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de openbare zitting van 29 september 2022, waar namens de officier van justitie een vertegenwoordiger van de CVOM en betrokkene zijn verschenen.

2..De beoordeling

2.1
De termijnen en formaliteiten voor de procedure bij de kantonrechter zijn in acht genomen.
2.2
Betrokkene heeft de gedraging niet betwist maar heeft zich beroepen op de bijzondere omstandigheden waarin de gedraging is verricht. Zij heeft aangevoerd dat op de dag van de gedraging zij door haar dochter is gebeld die aangaf dat het niet goed ging met haar. Betrokkene heeft de ambulance gebeld en is onmiddellijk met haar man naar haar dochter gereden. Onderweg werden zij ingehaald door ambulance en politie, die duidelijk naar haar dochter onderweg waren en zijn zij de hulpdiensten achterna gegaan en hebben daarmee de toegestane maximumsnelheid overschreden. Betrokkene heeft aangegeven dat zij zich altijd aan de maximumsnelheid houdt, maar dat in dit geval sprake is geweest van een uitzonderlijke en zeer ernstige situatie waarin zij zo snel mogelijk bij haar dochter wilde zijn. De dochter van betrokkene is overleden aan een longembolie op diezelfde dag.
2.3
Op zitting heeft de vertegenwoordiger van de CVOM aangegeven dat de gedraging vaststaat maar dat de bijzondere omstandigheden van deze zaak maken dat de sanctie gematigd moet worden tot € 0,00. De kantonrechter zal conform het standpunt van de vertegenwoordiger van de CVOM, de sanctie matigen tot nihil.
2.4
Het is naar het oordeel van de kantonrechter niet onbegrijpelijk dat betrokkene in de door haar geschetste omstandigheden ten aanzien van de toestand van haar dochter de maximumsnelheid heeft overschreden. Deze omstandigheden zijn van zodanig gewicht, dat deze het opleggen van een administratieve sanctie niet billijken. Wel dient hierbij in aanmerking te worden genomen dat overschrijding van de maximumsnelheid met een motorvoertuig een gevaarzetting voor andere weggebruikers pleegt mee te brengen, maar in dit geval was de overschrijding van de maximumsnelheid met het oog op de gezondheidstoestand van de dochter van betrokkene noodzakelijk.
2.5
Het beroep is dan ook gegrond.

3..De beslissing

De kantonrechter:
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt zowel de beslissing van de officier van justitie als de inleidende beschikking;
bepaalt dat wat aan zekerheid is gesteld, wordt terugbetaald.
Deze uitspraak is gedaan door mr. dr. S. Wahedi en uitgesproken ter openbare zitting.
800
Wanneer de bij deze beslissing opgelegde sanctie meer bedraagt dan € 70,00 of uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard op grond van het niet tijdig stellen van zekerheid, staat ingevolge artikel 14 Wahv Pro tegen deze uitspraak hoger beroep open binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het beroepschrift dient ingezonden te worden bij de kantonrechter (Postbus 7003, 3300 GC Dordrecht). Het is niet mogelijk om hoger beroep in te stellen per e-mail.
Datum toezending: