Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoekers;
- mevrouw [naam 3] , werkzaam bij Kredietbank Rotterdam (hierna: schuldhulpverlening);
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Verzoekers hebben een verzoek ingediend op grond van artikel 287b Faillissementswet om een voorlopige voorziening te treffen die verweerster verbiedt de levering van elektriciteit en gas op te schorten. Dit verzoek vloeit voort uit een dreigende afsluiting wegens betalingsachterstanden die zijn ontstaan na het samenwonen van verzoekers, waardoor toeslagen vervielen. Inmiddels is dit recht hersteld en ontvangen zij een gezamenlijke Participatiewet-uitkering.
Verweerster is niet verschenen noch heeft zij schriftelijk verweer gevoerd. De rechtbank beoordeelt of er sprake is van een bedreigende situatie zoals vereist in artikel 287b, tweede lid, Fw, en concludeert dat dit het geval is gezien de aangekondigde afsluiting op 23 september 2022 ondanks de aanmelding bij schuldhulpverlening. De rechtbank weegt het belang van verzoekers, die niet zonder energie mogen komen te zitten en het schuldhulpverleningstraject willen voortzetten, zwaarder dan het belang van verweerster op tijd betaling te ontvangen.
De rechtbank acht aannemelijk dat verzoekers voldoende inkomen hebben om de maandelijkse termijn van €275 te voldoen en wijst de voorlopige voorziening toe onder de voorwaarde dat de termijnen tijdig worden betaald. Tevens verklaart de rechtbank verzoekers niet-ontvankelijk in het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw, maar laat de mogelijkheid tot hernieuwd verzoek open.
Uitkomst: De rechtbank verbiedt verweerster de levering van elektriciteit en gas op te schorten voor zes maanden onder voorwaarden en verklaart verzoekers niet-ontvankelijk in hun verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling.