De zaak betreft een minderjarige geboren in 2006 die sinds 2018 onder voogdij staat van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (GI). De minderjarige verbleef sinds juli 2022 in een gesloten jeugdinstelling vanwege ernstige problemen in de thuissituatie, waaronder fysieke en verbale agressie binnen het gezin en stagnerende ontwikkeling door schoolverzuim.
De GI verzocht om een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp voor zes maanden, met als doel de minderjarige te plaatsen bij zijn oom en tante, die als passend pleeggezin werden voorgesteld na het wegvallen van een eerdere opvangmogelijkheid. De kinderrechter heeft de zaak op 16 augustus 2022 met gesloten deuren behandeld en alle betrokkenen gehoord.
De kinderrechter oordeelt dat de gesloten jeugdhulp noodzakelijk is vanwege ernstige belemmeringen in de ontwikkeling van de minderjarige en het risico op onttrekking aan hulp. De plaatsing bij de oom en tante wordt positief beoordeeld na een huisbezoek en risicotaxatie. De voorwaardelijke machtiging wordt verleend voor de periode van 21 augustus 2022 tot uiterlijk 21 februari 2023, onder voorwaarden uit het hulpverleningsplan.
De kinderrechter wijst het overige verzoek af en benadrukt het belang van samenwerking en motivatie van de minderjarige om aan zijn toekomst te werken. Het besluit is mondeling gegeven en schriftelijk vastgesteld op 29 augustus 2022. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak.