De zaak betreft een huurgeschil tussen [eiseres01], verhuurder van een bedrijfsruimte, en Buzzzcocks Holding B.V., huurder die de ruimte exploiteert als restaurant. Buzzzcocks had een huurachterstand die deels voortkomt uit verbouwingsproblemen en de coronapandemie. De verhuurder had een verstekvonnis verkregen waarin de huurovereenkomst werd ontbonden en ontruiming werd bevolen.
In verzet tegen het verstekvonnis stelt Buzzzcocks dat zij gedwaald heeft over de staat van het gehuurde en dat zij door verborgen gebreken en coronamaatregelen het pand niet volledig kon gebruiken. De rechtbank oordeelt dat de ontbinding en ontruiming niet gerechtvaardigd zijn, mede omdat de huurachterstand inmiddels is ingelopen en de betalingsachterstand minder verwijtbaar is door de omstandigheden.
De rechtbank veroordeelt Buzzzcocks tot betaling van rente en buitengerechtelijke incassokosten, maar wijst de vordering tot terugbetaling van huur over de periode van verbouwing en vergunningverlening af. Wel wordt een tijdelijke huurkorting van 12,5% toegekend voor de periode mei 2020 tot maart 2022 vanwege omzetverlies door de coronapandemie, resulterend in een terugbetaling van te veel betaalde huur door de verhuurder.
De proceskosten worden gecompenseerd en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.