Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..[gedaagde 1] ,
1..De verdere procedure
- het tussenvonnis van 1 juli 2022 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
- de brief van Woonplus van 2 september 2022, met een bijlage.
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een geschil tussen Stichting Woonplus Schiedam en twee huurders over een aanzienlijke huurachterstand. De kantonrechter bevestigt dat er sprake is van een langdurige en oplopende huurachterstand vanaf augustus 2020, die op het moment van dagvaarden al ruim vier maanden bedroeg en uiteindelijk opliep tot ruim negen maanden.
De gedaagden zijn hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de huurachterstand tot 2 juni 2021 en de wettelijke rente daarover. Daarnaast is de huurachterstand vanaf 2 juni 2021 tot en met september 2022 vastgesteld en toegewezen aan Woonplus, inclusief de wettelijke rente. De kantonrechter acht de tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst ernstig genoeg om ontbinding van de huurovereenkomst te rechtvaardigen.
De ontbinding wordt toegewezen zonder aanvullende voorwaarden, omdat de huurachterstand ondanks toezeggingen is toegenomen. De ontruiming van de woning wordt bevolen binnen 14 dagen na betekening van het vonnis. Tevens worden de gedaagden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van proceskosten, inclusief griffierecht, salaris gemachtigde en buitengerechtelijke kosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de gedaagden worden veroordeeld tot ontruiming en betaling van de huurachterstand en proceskosten.