AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Beschikking kinderrechter over schriftelijke aanwijzing inzake medische gegevens van minderjarige
De zaak betreft een verzoek over een schriftelijke aanwijzing gegeven door de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond aan een ouder om medische gegevens van hun minderjarige kind te delen met de andere ouder. De ondertoezichtstelling van het kind was reeds verlengd. De moeder verzocht de schriftelijke aanwijzing te laten vervallen, terwijl de gecertificeerde instelling bekrachtiging en een dwangsom eiste.
Tijdens de mondelinge behandeling werd duidelijk dat beide ouders het gezag over het kind uitoefenen en dat het delen van medische gegevens belangrijk wordt geacht voor gelijkwaardig ouderschap. De moeder was echter niet bereid deze gegevens te delen via de gecertificeerde instelling, maar wel bereid tot overleg met de andere ouder.
De kinderrechter oordeelde dat de gecertificeerde instelling op grond van artikel 1:263 BWPro een schriftelijke aanwijzing kan geven indien er onvoldoende medewerking is aan het plan voor ondertoezichtstelling of een concrete bedreiging van de ontwikkeling van het kind bestaat. Dit was hier niet het geval. Het niet delen van medische gegevens kan niet worden opgevat als onvoldoende medewerking aan het plan voor ondertoezichtstelling, noch was er een concrete bedreiging.
De wettelijke plicht tot het delen van informatie tussen ouders blijft bestaan, maar kan niet via een schriftelijke aanwijzing worden afgedwongen. De kinderrechter sprak de hoop uit dat ouders in het belang van het kind proactief informatie delen en eventueel duidelijke afspraken maken in een ouderschapsplan. De schriftelijke aanwijzing werd daarom vervallen verklaard en het verzoek tot bekrachtiging en dwangsom afgewezen.
Uitkomst: De schriftelijke aanwijzing tot het delen van medische gegevens wordt vervallen verklaard en het verzoek tot bekrachtiging en dwangsom afgewezen.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Jeugd
Zaaknummer: C/10/643535 / JE RK 22-1993 en C/10/643563 / JE RK 22-2000
Datum uitspraak: 14 september 2022
Beschikking van de kinderrechter over de schriftelijke aanwijzing
in de zaken van
[naam01] ,
hierna te noemen: [naam01] , wonende te [woonplaats01] ,
advocaat: mr. B.V. Rafaela,
en
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI,
betreffende
[naam kind01] ,
geboren op [geboortedatum01] 2013 te [geboorteplaats01] , hierna te noemen: [naam kind01] .
De kinderrechter merkt verder als belanghebbende aan:
[naam02] ,
hierna te noemen: de moeder, wonende te [woonplaats02] .
Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met bijlagen namens de moeder van 23 augustus 2022, ingekomen bij de griffie op 24 augustus 2022;
- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 24 augustus 2022, ingekomen bij de griffie op 24 augustus 2022.
Op 2 september 2022 heeft de kinderrechter de zaak tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren behandeld, gelijktijdig met de behandeling van het verzoekschrift betreffende de verlenging van de ondertoezichtstelling met zaaknummer C/10/641172 / JE RK 22-1607.
Verschenen zijn: - [naam02] ; - [naam01] , bijgestaan door mr. J. Dekker, waarnemend voor mr. Rafaela; - twee vertegenwoordigers van de GI, [naam03] en [naam04] .
De feiten
Het ouderlijk gezag over [naam kind01] wordt uitgeoefend door de ouders.
[naam kind01] woont bij [naam01] .
Bij beschikking van 4 augustus 2022 is de ondertoezichtstelling van [naam kind01] verlengd tot 1 oktober 2022. Het verzoek is voor het overige aangehouden.
De GI heeft op 11 augustus 2022 aan [naam01] een schriftelijke aanwijzing gegeven, luidende:
‘ [naam01] moet de medische gegevens, dat wil zeggen de gegevens van de huisarts en alle specialisten die [naam kind01] bezoekt, delen met [naam02] . Deze gegevens worden via de mail gedeeld, met de jeugdbeschermer in de cc. Deze mail moet voor 18 augustus 2022 verzonden zijn.’
De verzoeken
[naam01] verzoekt de schriftelijke aanwijzing van de GI geheel vervallen te verklaren.
De GI verzoekt bekrachtiging van de schriftelijke aanwijzing. Tevens wordt verzocht een dwangsom op te leggen van € 50,00 per dag dat de schriftelijke aanwijzing niet wordt nagekomen.
De standpunten
De GI heeft haar verzoek ter zitting als volgt toegelicht. Er is veel emailcontact geweest met [naam01] over het delen van de gegevens van de huisarts van [naam kind01] en mogelijke medisch specialisten die zij bezoekt. Beide ouders hebben het gezag over [naam kind01] en het is voor beide ouders belangrijk om te weten wie de huisarts van [naam kind01] is om de ouderrol op basis van gelijkwaardig ouderschap te kunnen vervullen. [naam01] wil deze informatie echter niet delen met de GI en [naam02] .
[naam01] is het niet eens met de schriftelijke aanwijzing. De schriftelijke aanwijzing is niet noodzakelijk. [naam01] is bereid om met [naam02] om tafel te gaan. [naam02] heeft echter nooit interesse gehad in de opvoedsituatie bij [naam01] thuis, terwijl dat andersom wel het geval is. De GI laat zich te veel leiden door [naam02] waardoor onnodig een schriftelijke aanwijzing wordt gegeven en juridische procedures worden gevoerd. [naam01] krijgt hierdoor geen rust. [naam kind01] staat ingeschreven bij [naam huisartsenpraktijk] en bezoekt geen medische specialisten, aldus [naam01] .
[naam02] heeft ter zitting aangegeven dat het noodzakelijk is dat zij als ouder beschikt over de medische gegevens van [naam kind01] en dat zij op de hoogte is van wat er op medisch vlak bij [naam kind01] speelt.
De beoordeling
De GI kan op grond van artikel 1:263, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) een schriftelijke aanwijzing geven ter uitvoering van haar taak betreffende de verzorging en opvoeding van de minderjarige. Zij kan dit doen indien de met het gezag belaste ouder of de minderjarige niet instemmen met, dan wel onvoldoende medewerking verlenen aan de uitvoering van het plan voor de ondertoezichtstelling, of indien dit noodzakelijk is teneinde de concrete bedreiging van de ontwikkeling van de minderjarige weg te nemen.
Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat de GI met de schriftelijke aanwijzing heeft getracht om [naam01] te bewegen tot het delen van medische informatie over [naam kind01] met de andere gezaghebbende ouder, [naam02] . Zoals de GI zelf aangeeft in de schriftelijk aanwijzing is [naam01] wettelijk verplicht deze informatie te delen met de andere gezaghebbende ouder. Het is echter niet ook een plicht die de GI haar kan opleggen in de vorm van een schriftelijke aanwijzing. Het niet delen van medische gegevens met de andere ouder kan als zodanig niet worden opgevat als het niet meewerken aan de uitvoering van het plan voor de ondertoezichtstelling. Daarnaast zijn er geen feiten of omstandigheden die maken dat het delen van deze informatie op dit moment noodzakelijk is om een concrete bedreiging van de ontwikkeling weg te nemen.
Het voorgaande neemt niet weg dat [naam01] de wettelijke verplichting heeft om deze informatie te delen met [naam02] . Ter zitting heeft [naam01] de betreffende informatie ook verschaft. Een ouder is verplicht om de ontwikkeling van de banden van het kind met de andere ouder te bevorderen. Het verschaffen van informatie omtrent belangrijke aangelegenheden met betrekking tot het kind draagt daaraan bij. Beiden ouders hebben immers op grond van artikel 1:247 BWPro de plicht en het recht om hun kind – gelijkwaardig – te verzorgen en op te voeden. Indien [naam01] niet aan haar plichten voldoet, is het aan [naam02] om daartegen (rechts)middelen aan te wenden. En vice versa. De kinderrechter spreekt de hoop uit dat de ouders het in het belang van [naam kind01] echter niet zover laten komen en elkaar in het vervolg goed op de hoogte houden van belangrijke aangelegenheden die [naam kind01] betreffen. De kinderrechter verwacht daarbij van de ouders een proactieve houding, omdat het niet de bedoeling is dat de GI zich daarin moet mengen en deze informatieverschaffing op zich neemt. Indien onduidelijkheid bestaat over wat er over en weer van elkaar mag worden verwacht, is het wenselijk dat de ouders daar, bijvoorbeeld met behulp van een ouderschapsplan, duidelijke afspraken over maken.
De kinderrechter zal het verzoek van de GI om de schriftelijke aanwijzing te bekrachtigen en een dwangsom op te leggen gelet op het bovenstaande afwijzen en de schriftelijke aanwijzing vervallen verklaren.
De beslissing
De kinderrechter:
verklaart de schriftelijke aanwijzing van 11 augustus 2022 vervallen;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.C.M. Persoon, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. W. Apeldoorn, als griffier en in het openbaar uitgesproken op 14 september 2022.