ECLI:NL:RBROT:2022:9068
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring klaagschrift tegen beslaglegging geheimhouderstukken in zorgfraudeonderzoek
In het kader van strafrechtelijke onderzoeken naar zorgfraude is onder leiding van de rechter-commissaris beslag gelegd op een grote hoeveelheid fysieke en digitale stukken die mogelijk medische geheimhouderinformatie bevatten. De geheimhouderprocedure is gevolgd om de privacy van patiënten te waarborgen.
Klaagster, verdacht van deelname aan een criminele organisatie, stelde dat alle in beslag genomen stukken onder haar verschoningsrecht vielen en dat het beslag disproportioneel was. Zij voerde aan dat het enkele feit dat patiëntnamen in stukken voorkomen, deze tot geheimhouderstukken maakt en dat het beslag een ernstige privacy-inbreuk vormt.
De rechtbank oordeelde dat de geheimhouderprocedure niet onrechtmatig is en dat de betrokken stukken als corpora delicti en instrumenta delicti moeten worden aangemerkt. De stukken zijn noodzakelijk voor het onderzoek en de privacy-inbreuk is beperkt door het verwijderen van niet-essentiële medische informatie.
De rechtbank concludeerde dat aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit is voldaan en dat het klaagschrift ongegrond is. De rechter-commissaris heeft een inspanningsplicht om verschoningsgerechtigden te horen, maar gezien de aard van de stukken en het belang van het onderzoek achtte de rechtbank nadere oproepen niet nodig.
Uitkomst: Het klaagschrift wordt ongegrond verklaard en de beslaglegging op de geheimhouderstukken wordt bevestigd.