Student Housing verhuurde een woning aan gedaagde vanaf november 2020. Gedaagde zegde de huurovereenkomst op per 1 december 2021. Student Housing vorderde betaling van huurachterstand, rente en incassokosten. Gedaagde voerde aan dat hij vanwege ernstige gebreken aan de woning en het complex geen huur hoefde te betalen en dat hij onvoldoende inkomen had.
De kantonrechter oordeelde dat het ontbreken van de volledige tweede voornaam in de dagvaarding geen reden was voor niet-ontvankelijkheid, aangezien gedaagde zichzelf voldoende geïdentificeerd voelde en in de procedure verscheen. Ook werd het verweer dat gedaagde niet bekwaam zou zijn vanwege zijn leeftijd verworpen, omdat hij op het moment van ondertekening al achttien was.
Gedaagde stelde dat er ernstige gebreken waren, maar hij onderbouwde deze stellingen onvoldoende en leverde geen aannemelijk bewijs. De kantonrechter wees erop dat gedaagde geen officiële klachten of ingebrekestellingen had gedaan en dat hij eerst contact had moeten zoeken om gebreken te laten verhelpen. Ook het beroep op betalingsonmacht werd verworpen. De huurachterstand, incassokosten en rente werden toegewezen, evenals de proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.