ECLI:NL:RBROT:2022:916
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering te veel betaalde WAO-voorschotuitkering ondanks beroep op gelijkheidsbeginsel
Eiser ontvangt een WAO-uitkering en werkt daarnaast bij een werkgever. Verweerder heeft bij besluit het voorschot op de WAO-uitkering over juni 2019 tot mei 2020 definitief vastgesteld en vastgesteld dat eiser een te hoog voorschot ontving over oktober 2019, waarvoor terugvordering is ingesteld.
Eiser betwist de hoogte van het maatmanloon en beroept zich op het gelijkheidsbeginsel en artikel 1 van Pro de Grondwet, stellende dat verweerder ten onrechte strikt artikel 44 WAO Pro toepast en geen rekening houdt met de samenstelling van het loon, waaronder overwerk.
De rechtbank oordeelt dat het maatmanloon niet ter beoordeling staat, verwijst naar eerdere uitspraken van de Centrale Raad van Beroep die bevestigen dat artikel 44 WAO Pro dwingend is en geen ruimte laat voor afwijking. De rechtbank vindt geen sprake van willekeur of strijd met het gelijkheidsbeginsel.
De terugvordering van € 380,62 bruto wordt bevestigd, ondanks dat het loon over oktober 2019 overwerk uit voorgaande maanden betreft. Het beroep wordt ongegrond verklaard en proceskosten worden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de terugvordering van € 380,62 bruto te veel betaalde WAO-voorschotuitkering wordt ongegrond verklaard.