ECLI:NL:RBROT:2022:9202
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning proceskostenvergoeding na intrekking beroep WIA-uitkering
Verzoekster had bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om haar loongerelateerde WGA-uitkering te beëindigen op basis van een arbeidsongeschiktheid van 63,81%. Na bezwaar verklaarde het UWV het bezwaar gegrond en stelde het arbeidsongeschiktheidspercentage bij op 47,70%. Verzoekster stelde beroep in tegen dit besluit. De rechtbank benoemde een verzekeringsarts als deskundige, waarna het UWV een nieuw besluit nam waarin het arbeidsongeschiktheidspercentage werd vastgesteld op 100%. Hierdoor werd het beroep ingetrokken omdat volledig aan de bezwaren was voldaan.
Verzoekster vroeg vergoeding van de proceskosten, inclusief kosten van de ingeschakelde verzekeringsarts. Het UWV stemde hiermee in. De rechtbank oordeelde dat de proceskostenvergoeding conform de Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht toewijsbaar was. De vergoeding omvatte de kosten voor de beroepsmatige rechtsbijstand en de redelijke kosten van het verzekeringsgeneeskundig onderzoek.
De rechtbank veroordeelde het UWV tot betaling van in totaal € 2.812,37 aan verzoekster, bestaande uit € 759,- voor het indienen van het beroepschrift en € 2.053,37 voor de kosten van de verzekeringsarts. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en is gepubliceerd op 28 oktober 2022.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 2.812,37 aan proceskosten aan verzoekster.