Op 13 juni 2021 vond een schietincident plaats op de Schuttevaerweg te Rotterdam waarbij de verdachte vanuit een geparkeerde Audi vier keer schoot op een Volkswagen Polo met inzittenden. De verdachte werd kort daarna aangehouden en bekende het schieten met een vuurwapen. De rechtbank stelde vast dat het bewijs, waaronder camerabeelden en sporenonderzoek, overtuigend was en verwierp het verweer van noodweer, noodweerexces en putatief noodweer.
De rechtbank oordeelde dat de verdachte zelf de aanval had gekozen door als eerste te schieten en dat er geen sprake was van een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding. Ook het eerdere dreigen door de bestuurder van de Volkswagen Polo werd onvoldoende concreet onderbouwd en kon het handelen van de verdachte niet rechtvaardigen.
De feiten werden gekwalificeerd als poging tot doodslag en het voorhanden hebben van een vuurwapen in strijd met de Wet wapens en munitie. De rechtbank hield rekening met de ernst van het feit, het gevaar voor de samenleving, de eerdere veroordeling van de verdachte wegens vuurwapenbezit en zijn proceshouding. De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaar, met aftrek van voorarrest.