De rechtbank Rotterdam behandelde de zaak tegen de verdachte die werd beschuldigd van het valselijk opmaken en/of gebruiken van valse facturen in de periode van december 2013 tot juli 2015. De verdachte werkte als locatiemanager en had onder meer administratieve en secretariële taken, maar stelde volgens eigen verklaring geen facturen op.
De officier van justitie vorderde vrijspraak voor het opstellen van valse facturen, omdat uit het dossier bleek dat de verdachte deze niet opstelde. Voor het gebruik van valse facturen stelde de officier dat de verdachte deze wel heeft afgeleverd terwijl zij wist dat cliënten zich in detentie bevonden. De verdediging stelde dat de verdachte nooit facturen had opgesteld en slechts facturen doorgaf zonder inhoudelijke controle.
De rechtbank oordeelde dat niet is komen vast te staan dat de verdachte facturen heeft opgesteld of dat zij (voorwaardelijk) opzet had op het gebruik van valse facturen. De wetenschap van de inhoud en juistheid van de facturen ontbrak bij de verdachte. Het ten laste gelegde feit is niet wettig en overtuigend bewezen, zodat de verdachte wordt vrijgesproken.