ECLI:NL:RBROT:2022:9377
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Faillietverklaring van besloten vennootschap wegens niet-nakoming betalingsregelingen en opeisbare schulden
De rechtbank Rotterdam behandelde het verzoek tot faillietverklaring van VAN HOLLANDSCHE BODEM B.V. ingediend door RITRA CARGO B.V. De procedure omvatte meerdere zittingen waarbij verzoekster aanvullende stukken overlegde en verweerster deels betwistingen en een tegenvordering aanvoerde, maar uiteindelijk niet verscheen bij de laatste zitting.
Verzoekster stelde een opeisbare vordering van €17.915,11 exclusief rente en kosten, voortkomend uit expeditiewerkzaamheden, terwijl verweerster de facturen betwistte vanwege late levering en bedorven inhoud van een container, en stelde een verrekenbare tegenvordering. De rechtbank oordeelde dat een deel van de vordering niet gemotiveerd betwist was en dat de importbelastingen terecht in rekening waren gebracht, omdat de vergunning pas later was verstrekt.
Verder bleek uit overgelegde stukken dat verweerster meerdere schuldeisers had en betalingsregelingen niet waren nagekomen. De rechtbank stelde vast dat verweerster in een toestand verkeert waarin zij is opgehouden te betalen. Op basis hiervan werd het faillissement uitgesproken, een curator benoemd en de verdere afhandeling aan de rechtbank Midden-Nederland overgedragen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart VAN HOLLANDSCHE BODEM B.V. failliet wegens het niet nakomen van betalingsregelingen en het bestaan van opeisbare schulden.