ECLI:NL:RBROT:2022:9379
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing faillissementsverzoek wegens onvoldoende bewijs vorderingsrecht
De rechtbank Rotterdam behandelde het verzoek van Flow Factoring B.V. tot faillietverklaring van een onderneming gevestigd in Nederland. Verzoekster stelde een opeisbare vordering van €21.492,56 exclusief rente en kosten te hebben verkregen via cessie van D&E Uitzendbureau B.V., die personeel aan verweerster zou hebben geleverd. Verweerster betwistte het bestaan van een samenwerkingsovereenkomst en daarmee de grondslag van de vordering, en stelde dat de facturen en personen niet bekend zijn.
Tijdens de zittingen zijn aanvullende stukken overgelegd en partijen hebben de gelegenheid gekregen om te overleggen. Verweerster gaf aan mogelijk fraude te onderzoeken en overweegt aangifte te doen. De rechtbank beoordeelde dat op basis van een summier onderzoek niet kon worden vastgesteld dat het verweer van verweerster in een bodemprocedure zonder redelijke kans van slagen is.
Daarom is niet summierlijk gebleken van het vorderingsrecht van verzoekster, waardoor de rechtbank niet toekomt aan verdere beoordeling van het faillissementsverzoek. De rechtbank wees het verzoek tot faillietverklaring af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen na uitspraak.
Uitkomst: Het verzoek tot faillietverklaring is afgewezen wegens onvoldoende bewijs van het vorderingsrecht.