De verdachte werd beschuldigd van diefstal met geweld gepleegd in een spoortrein op 10 januari 2022 te Rotterdam. De tenlastelegging betrof het wegnemen van goederen waaronder contant geld en elektronische apparaten van twee benadeelde partijen, waarbij geweld en bedreiging werden ingezet.
Hoewel vaststond dat de verdachte deel uitmaakte van de groep die de goederen wegnam en dat hij twee messen bij zich had, vond de rechtbank onvoldoende bewijs dat hij daadwerkelijk als (mede)pleger deelnam aan de diefstal. De rol van de verdachte in het misdrijf kon niet overtuigend worden vastgesteld.
Daarom sprak de rechtbank de verdachte vrij van het ten laste gelegde. Omdat de verdachte werd vrijgesproken, werden de schadevorderingen van de benadeelde partijen niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank besloot ook het bevel tot voorlopige hechtenis op te heffen en veroordeelde de benadeelde partijen in de proceskosten.