Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2022:949

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
10 februari 2022
Publicatiedatum
10 februari 2022
Zaaknummer
18.1009 FT RK
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 350 lid 3 sub a FaillissementswetBesluit compensatie gedupeerden in schuldentraject
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging schuldsaneringsregeling wegens compensatie kinderopvangtoeslagaffaire

De rechtbank Rotterdam heeft op 10 februari 2022 uitspraak gedaan over de beëindiging van de schuldsaneringsregeling van een schuldenares die betrokken is bij de kinderopvangtoeslagaffaire. De regeling was aanvankelijk uitgesproken bij vonnis van 26 juli 2018. De bewindvoerder rapporteerde meerdere malen over de stand van zaken en de beëindiging is behandeld tijdens een zitting op 9 juli 2021, waarbij de schuldenares zich nog wilde beraden over de wijze van beëindiging.

In januari 2022 ontving de rechter-commissaris een brief van de Belastingdienst waaruit bleek dat een compensatieaanvraag op grond van het Besluit compensatie gedupeerden in schuldentraject was goedgekeurd. De bewindvoerder bevestigde dat er geen publieke schuldeisers meer zijn en dat het boedelsaldo voldoende was om alle vorderingen te voldoen. De rechter-commissaris verleende toestemming tot betaling en de bewindvoerder toonde aan dat alle vorderingen voldaan waren.

De rechtbank stelde vast dat de schuldenares als gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire is erkend en dat de schulden waarvoor de regeling gold zijn voldaan. Daarom beëindigde de rechtbank de schuldsaneringsregeling op grond van artikel 350 lid 3 sub a van Pro de Faillissementswet. Tevens werd het salaris van de bewindvoerder vastgesteld, inclusief een extra vergoeding conform het compensatiebesluit.

Uitkomst: De rechtbank beëindigt de schuldsaneringsregeling wegens compensatie en voldoening van alle vorderingen.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
tussentijdse beëindiging
insolventienummer: [nummer]
uitspraakdatum: 10 februari 2022
Bij vonnis van deze rechtbank van 26 juli 2018 is de toepassing van de
schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van:
[naam],
[adres]
[woonplaats] ,
schuldenares,
bewindvoerder: L. Hordijk.

1.De procedure

De bewindvoerder heeft op 19 april 2021 schriftelijk verslag uitgebracht over de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Op 30 juni 2021, 7 juli 2021, 8 juli 2021 en 9 juli 2021 heeft de bewindvoerder de rechtbank bericht omtrent de laatste stand van zaken.
De beëindiging is behandeld ter terechtzitting van 9 juli 2021. Daarbij zijn verschenen en gehoord de bewindvoerder en schuldenares, bijgestaan door haar advocaat en een medewerker van Hulpteam Toeslagen 010.
Aangezien schuldenares ter zitting heeft verklaard dat zij als gedupeerde van de kinderopvangtoeslag-affaire heeft is aangemerkt en dat zij zich nog wil beraden over de wijze van beëindiging van de schuldsaneringsregeling heeft de rechtbank de behandeling (pro forma) aangehouden.
Bij bericht van 17 januari 2022 heeft de bewindvoerder een brief van de Belastingdienst met bijlagen aan de rechter-commissaris doen toekomen waaruit onder meer blijkt dat de bewindvoerder bij de Belastingdienst een aanvraag tot compensatie heeft ingediend gebaseerd op het ‘Besluit compensatie gedupeerden in schuldentraject’ (Besluit van 28 mei 2021, nr. 2021-103575) en dat de Belastingdienst deze aanvraag heeft goedgekeurd. Verder heeft de bewindvoerder bevestigd dat er geen publieke schuldeisers zijn.
De bewindvoerder heeft bericht dat het boedelsaldo toereikend is om de vorderingen, ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling werkt, te kunnen voldoen. De rechter-commissaris heeft aan de bewindvoerder toestemming verleend om tot betaling van de vorderingen over te gaan.
Bij bericht van 21 januari 2022 heeft de bewindvoerder aangetoond dat alle vorderingen zijn voldaan. Daarbij heeft de bewindvoerder nog bericht dat schuldenares heeft bevestigd dat zij instemt met een beëindiging op grond van artikel 350 lid 3 sub a Faillissementswet Pro.
De uitspraak is bepaald op heden.

2.De beoordeling

De rechtbank stelt vast dat schuldenares door de Belastingdienst is aangemerkt als gedupeerde van de kinderopvangtoeslag-affaire.
Verder stelt de rechtbank vast dat de vorderingen, ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling werkt, voor zover niet kwijtgescholden, zijn voldaan. De toepassing van de schuldsaneringsregeling zal daarom worden beëindigd op grond van artikel 350, derde lid, onder a van de Faillissementswet.
De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder en de door deze gemaakte kosten vaststellen.

3.De beslissing

De rechtbank:
- beëindigt de toepassing van de schuldsaneringsregeling;
- stelt het salaris van de bewindvoerder, één en ander inclusief onkosten en omzetbelasting, vast op het aanwezig actief tot een bedrag van maximaal € 3.313,78;
- stelt conform het ‘Besluit compensatie gedupeerden in schuldentraject’ van de Staatssecretaris van Financiën van 28 mei 2021 (in werking getreden op
2 juni 2021), de extra vergoeding voor de bewindvoerder vast op € 657,03, inclusief omzetbelasting.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Roos-van Toor, rechter, en in aanwezigheid van
A. Vervoorn, griffier, in het openbaar uitgesproken op 10 februari 2022. [1]