ECLI:NL:RBROT:2022:95
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen tijdelijke wijziging plaats van tewerkstelling politieambtenaar
Verzoekster, een politieambtenaar, is tijdelijk van plaats van tewerkstelling gewijzigd naar de ZSM-afhandelunit binnen de districts-recherche. Zij maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelde dat het spoedeisend belang niet was aangetoond, aangezien verzoekster al geruime tijd op de nieuwe plaats werkte en zij geen acute noodsituatie of onomkeerbaar nadeel kon aantonen.
Daarnaast werd overwogen dat het besluit niet apert onrechtmatig was. Hoewel de wijziging van de plaats van tewerkstelling niet tijdig schriftelijk was medegedeeld conform artikel 10, zevende lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie (Barp), kan verweerder dit in bezwaar nader motiveren en voorzien van een correcte wettelijke grondslag.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het ontbreken van een spoedeisend belang en het ontbreken van een duidelijke onrechtmatigheid het verzoek tot voorlopige voorziening niet konden honoreren. Het verzoek werd daarom afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken spoedeisend belang en geen apert onrechtmatig besluit.