In deze civiele zaak tussen een voormalig werknemer en werkgever heeft de kantonrechter Rotterdam bindende eindbeslissingen uit een tussenvonnis bevestigd en beoordeeld welk bedrag nog betaald moet worden aan de werknemer. De zaak betrof onder meer de vraag of de werkgever nog kilometervergoeding, bonusbetalingen en vergoeding voor niet genoten vakantiedagen verschuldigd was.
De kantonrechter oordeelde dat er geen recht meer bestond op kilometervergoeding en dat de bonusvordering te laat en onvoldoende onderbouwd was, waardoor deze werd gepasseerd. Wel werd vastgesteld dat bonussen onderdeel uitmaken van het vakantieloon en dat een gemiddelde bonus over een referteperiode van twee jaar moet worden meegenomen bij de berekening van de waarde van een vakantiedag.
De werkgever werd veroordeeld tot betaling van een bedrag van €4.937,87 aan vergoeding voor niet genoten vakantiedagen en wettelijke verhogingen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf respectievelijk 1 januari 2021 en 1 oktober 2021. De proceskosten werden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.