Uitspraak
[verdachte01] ,
Vordering
Feiten
Procedure
Standpunt officier van justitie
Standpunt verdediging
Beoordeling vordering
Beslissing
tenuitvoerleggingvan een deel van de voorwaardelijke gevangenisstraf, groot
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam behandelde op 31 augustus 2022 een vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 18 maanden, onderdeel van een totaalstraf van 24 maanden. De veroordeelde was verplicht zijn behandeling bij Fivoor voort te zetten zolang de reclassering dit noodzakelijk achtte.
De reclassering rapporteerde dat de veroordeelde de meldplicht en behandelverplichting niet naar behoren was nagekomen. Ondanks lichte verstandelijke beperking (LVB) vertoonde hij bewust gedrag, zoals te laat komen en sabotage van de behandeling, waaronder de zedenmodule ‘Pas op de grens’. De behandeling werd voortijdig beëindigd vanwege gebrek aan motivatie en medewerking.
De verdediging voerde aan dat de veroordeelde zich wel inzette en dat zijn gedragingen voortkwamen uit zijn LVB. Ook werd gesteld dat de zedenmodule niet onder de oorspronkelijke behandelverplichting viel en prematuur was gestart. De rechtbank oordeelde echter dat de niet-naleving verwijtbaar was en gelastte gedeeltelijke tenuitvoerlegging van twee maanden gevangenisstraf. De overige voorwaarden blijven gedurende de proeftijd van drie jaar van kracht.
Uitkomst: De rechtbank gelast gedeeltelijke tenuitvoerlegging van twee maanden van de voorwaardelijke gevangenisstraf wegens verwijtbare niet-naleving van de behandelverplichting.