ECLI:NL:RBROT:2022:9540
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot beëindiging van de ISD-maatregel wegens voortgezet risico en verslavingsproblematiek
De veroordeelde is bij vonnis van 26 januari 2021 onderworpen aan een ISD-maatregel voor de duur van twee jaar. Op verzoek van de raadsman is een tussentijdse beoordeling van de noodzaak van voortzetting van deze maatregel aangevraagd. De rechtbank heeft op 14 september 2022 de zaak behandeld waarbij de officier van justitie, de veroordeelde, zijn raadsman en een deskundige via videoverbinding zijn gehoord.
De veroordeelde betoogde dat de maatregel beëindigd moest worden omdat hij gemotiveerd is, een eigen woning en werk heeft gevonden, en geen nieuwe strafbare feiten heeft gepleegd. Ook werd aangevoerd dat de ISD-maatregel niet zorgvuldig was uitgevoerd vanwege een periode waarin de casemanager niet bereikbaar was, wat leidde tot het niet kunnen accepteren van een woning. De officier van justitie stelde echter voor de maatregel voort te zetten.
Uit het voortgangsverslag en de zitting bleek dat de veroordeelde driemaal is teruggevallen in cocaïnegebruik en zich recentelijk volledig onttrok aan de klinische behandeling. Het risico op recidive wordt als hoog ingeschat bij beëindiging van de maatregel, mede omdat beschermende factoren nog niet volledig zijn gerealiseerd. De rechtbank concludeert dat voortzetting noodzakelijk is om onveiligheid, overlast en verloedering te voorkomen.
Hoewel de veroordeelde gemotiveerd is en een positieve lijn toont, is zijn verslavingsgeschiedenis langdurig en kwetsbaar voor terugval, vooral in de extramurale fase. De rechtbank waardeert zijn inzet maar acht het essentieel dat de begeleiding en ondersteuning via de ISD-maatregel behouden blijven. Daarom wordt het verzoek tot beëindiging van de maatregel afgewezen en de voortzetting van de ISD-maatregel bepaald.
Uitkomst: Het verzoek tot beëindiging van de ISD-maatregel wordt afgewezen en de maatregel wordt voortgezet.