ECLI:NL:RBROT:2022:968
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen betalingsregeling toeslagterugvordering
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de Belastingdienst/Toeslagen waarin een maandelijkse terugbetaling van €386 werd vastgesteld voor de terugvordering van ten onrechte ontvangen toeslagen over 2019. Zij stelde dat dit bedrag te hoog was en verzocht om een lager bedrag van €150 per maand, onderbouwd met haar financiële situatie en gewijzigde woonsituatie na scheiding.
De Belastingdienst handhaafde het bedrag op basis van een berekening van de betalingscapaciteit, waarbij rekening werd gehouden met normbedragen en de gezamenlijke inkomsten van eiseres en haar partner, die nog op hetzelfde adres stonden ingeschreven. De rechtbank oordeelde dat de Belastingdienst terecht geen rekening kon houden met andere uitgaven dan wettelijk toegestaan en dat de gehanteerde normbedragen en berekening van de betalingscapaciteit juist waren vastgesteld.
De rechtbank volgde eiseres niet in haar betoog over de gewijzigde woonsituatie, omdat haar partner nog op hetzelfde adres verbleef en er geen bewijs was van een daadwerkelijke wijziging die invloed had op de betalingscapaciteit. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde maandelijkse betalingscapaciteit van €386 is ongegrond verklaard.