Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 4 mei 2022, met bijlagen;
- het herstelexploot van 19 mei 2022, met bijlagen;
- de aantekeningen mondeling verweer van 2 juni 2022.
Rechtbank Rotterdam
Eiser stelde dat hij met gedaagde een mondelinge aannemingsovereenkomst had gesloten voor het moderniseren van zijn woning tegen een vaste prijs van € 14.955,60 inclusief btw. Gedaagde zou onder meer elektra, bedrading en sanitair aanpassen. Eiser betaalde in twee termijnen € 15.000,-, maar gedaagde verrichtte geen werkzaamheden. Eiser stelde gedaagde in gebreke en ontbond de overeenkomst buitengerechtelijk.
Gedaagde betwistte de overeenkomst en stelde dat de overeenkomst met een ander bedrijf was gesloten en dat hij het geld niet had ontvangen. De rechtbank oordeelde dat eiser voldoende bewijs had geleverd, onder meer door een verklaring van buren die het gesprek en de afspraken bevestigden. Gedaagde heeft zijn betwisting onvoldoende onderbouwd en is niet verschenen bij de mondelinge behandeling.
De rechtbank verklaarde de overeenkomst ontbonden per 23 maart 2021 en veroordeelde gedaagde tot terugbetaling van het betaalde bedrag van € 15.000,- vermeerderd met wettelijke rente vanaf die datum. Tevens werden buitengerechtelijke incassokosten van € 924,56 en proceskosten van € 1.568,74 toegewezen. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De overeenkomst is ontbonden en gedaagde moet het betaalde bedrag met rente en incassokosten terugbetalen.