ECLI:NL:RBROT:2022:9777

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
2 november 2022
Publicatiedatum
14 november 2022
Zaaknummer
C/10/644469 / HA RK 22-931
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 Verdrag inzake de verkrijging van bewijs in het buitenland in burgerlijke en in handelszakenArt. 46b Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwijzing echtscheidingsprocedure wegens familieband medewerker rechtbank

De rechtbank Rotterdam ontving een verzoek tot het horen van drie getuigen in een echtscheidingsprocedure die in Turkije aanhangig is, via een rogatoire commissie. Dit verzoek was overgedragen door de Centrale Autoriteit op grond van het Bewijsverdrag van 18 maart 1970.

Tijdens de beoordeling bleek dat een medewerker van de rechtbank Rotterdam familie is van een van de partijen in de echtscheidingsprocedure en/of een van de te horen getuigen. Om belangenverstrengeling en schijn van partijdigheid te voorkomen, besloot de rechtbank de zaak te verwijzen.

Op grond van artikel 46b van de Wet op de rechterlijke organisatie werd de zaak in de stand waarin zij zich bevindt, overgedragen aan de rechtbank Den Haag, locatie Den Haag, Team Handel. De griffier van de rechtbank Rotterdam werd opgedragen de processtukken onverwijld aan de griffier van de rechtbank Den Haag te doen toekomen.

De beschikking werd gegeven door mr. M.C. van der Kolk en in het openbaar uitgesproken op 2 november 2022.

Uitkomst: De rechtbank Rotterdam verwijst de zaak naar de rechtbank Den Haag wegens familieband van een medewerker met een partij of getuige.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven
zaaknummer / rekestnummer: C/10/644469 / HA RK 22-931
Beschikking van 2 november 2022

1..Het verzoek en de beoordeling daarvan

1.1.
De rechtbank heeft kennis genomen van de beschikking van de Centrale Autoriteit als bedoeld in artikel 2 van Pro het Verdrag inzake de verkrijging van bewijs in het buitenland in burgerlijke en in handelszaken van 18 maart 1970 (Bewijsverdrag) van 26 augustus 2021.
1.2.
Bij voornoemde beschikking heeft de Centrale Autoriteit het verzoekschrift van [naam persoon] , strekkende tot het horen van drie getuigen in een in Turkije aanhangige echtscheidingsprocedure (een zogenaamde rogatoire commissie), ter verdere uitvoering aan de Rechtbank Rotterdam overgedragen.
1.3.
Gebleken is dat een medewerker van deze rechtbank familie is van (één van de) partijen in de echtscheidingsprocedure en/of één of meerdere van de te horen getuigen.
1.4.
In deze omstandigheid ziet de rechtbank aanleiding om de zaak onder toepassing van artikel 46b van de Wet op de rechterlijke organisatie ter (verdere) behandeling te verwijzen naar een andere rechtbank.
1.5.
De zaak wordt hierna dan ook in de stand waarin deze zich bevindt, verwezen naar de Rechtbank Den Haag, locatie Den Haag, Team Handel.

2..De beslissing

De rechtbank:
2.1.
verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt, ter (verdere) behandeling en beslissing naar de Rechtbank Den Haag, locatie Den Haag, Team Handel;
2.2.
draagt de griffier op de processtukken en een afschrift van deze beschikking onverwijld aan de griffier van de Rechtbank Den Haag, locatie Den Haag, Team Handel te doen toekomen.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.C. van der Kolk en in het openbaar uitgesproken op 2 november 2022.
3349 / 425