ECLI:NL:RBROT:2022:9777
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verwijzing echtscheidingsprocedure wegens familieband medewerker rechtbank
De rechtbank Rotterdam ontving een verzoek tot het horen van drie getuigen in een echtscheidingsprocedure die in Turkije aanhangig is, via een rogatoire commissie. Dit verzoek was overgedragen door de Centrale Autoriteit op grond van het Bewijsverdrag van 18 maart 1970.
Tijdens de beoordeling bleek dat een medewerker van de rechtbank Rotterdam familie is van een van de partijen in de echtscheidingsprocedure en/of een van de te horen getuigen. Om belangenverstrengeling en schijn van partijdigheid te voorkomen, besloot de rechtbank de zaak te verwijzen.
Op grond van artikel 46b van de Wet op de rechterlijke organisatie werd de zaak in de stand waarin zij zich bevindt, overgedragen aan de rechtbank Den Haag, locatie Den Haag, Team Handel. De griffier van de rechtbank Rotterdam werd opgedragen de processtukken onverwijld aan de griffier van de rechtbank Den Haag te doen toekomen.
De beschikking werd gegeven door mr. M.C. van der Kolk en in het openbaar uitgesproken op 2 november 2022.
Uitkomst: De rechtbank Rotterdam verwijst de zaak naar de rechtbank Den Haag wegens familieband van een medewerker met een partij of getuige.