De rechtbank Rotterdam heeft de verdachte veroordeeld voor het opzettelijk aanwezig hebben van cocaïne, MDMA en 2C-B en voor de handel daarin over een periode van bijna drie jaar. De verdachte werd op 13 mei 2022 gefouilleerd en in zijn auto en de woning van zijn moeder werden aanzienlijke hoeveelheden harddrugs aangetroffen. DNA-onderzoek bracht de verdachte in verband met drugsgerelateerde voorwerpen in de woning.
De rechtbank sprak de verdachte vrij van de handel in ketamine omdat het Nederlands Forensisch Instituut het onderzochte poeder niet had geanalyseerd, waardoor het bewijs onvoldoende was. Er was sprake van een vormverzuim bij de fouillering, maar dit werd niet uitgesloten als bewijs; wel werd dit meegenomen in de strafmaat.
De rechtbank oordeelde dat de verdachte beschikkingsmacht had over de drugs in de auto en woning. De handel werd professioneel en op grote schaal gepleegd, waarbij de verdachte klanten informeerde en voorraad en opbrengsten nauwkeurig bijhield. Gelet op de ernst van de feiten en de persoonlijke omstandigheden werd een gevangenisstraf van 32 maanden opgelegd, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.
Daarnaast werd een geldbedrag van €1.870,- verbeurd verklaard en inbeslaggenomen telefoons werden onttrokken aan het verkeer. De verdachte moet zich gedurende de proeftijd onthouden van strafbare feiten. De uitspraak werd gedaan door drie rechters op 15 november 2022.