De gemeentesecretaris van de gemeente Hoeksche Waard is geschorst in verband met een onderzoek naar de samenwerking en cultuur binnen de organisatie. Zij vordert in kort geding opheffing van haar schorsing en een verbod om het lopende onderzoek voort te zetten.
De rechtbank overweegt dat het spoedeisend belang voor opheffing niet groot genoeg is, mede omdat de gemeentesecretaris inmiddels contact mag hebben met haar collega’s, waardoor haar voornaamste belang is komen te vervallen. De belangenafweging leidt tot het oordeel dat de schorsing niet onterecht is, maar ook niet als terecht kan worden beoordeeld op basis van de beschikbare stukken.
Verder wordt geen gebod gegeven om het onderzoek te stoppen, omdat er geen juridische grondslag is om het onderzoek te beëindigen en de rechtbank geen waardeoordeel geeft over de inhoud ervan. De proceskosten worden gecompenseerd, zodat elke partij haar eigen kosten draagt.