Op 7 november 2022 heeft de Rechtbank Rotterdam verdachte veroordeeld voor het opzettelijk binnenbrengen van circa 899 kilogram cocaïne in Nederland en het wederrechtelijk verblijven op het besloten terrein van de APM2 terminal in de Rotterdamse haven. De feiten vonden plaats op 11 september 2022 en betroffen een grootschalige cocaïnetransport.
De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met anderen de cocaïne in containers heeft ingevoerd en door braak toegang heeft verschaft tot de havenfaciliteiten. De rol van verdachte was die van uithaler, een essentiële maar risicovolle schakel binnen de georganiseerde drugshandel. Er was sprake van druk door criminele groepen, wat de maatschappelijke problematiek rondom de zaak onderstreept.
De strafmaat werd bepaald binnen het kader van de nieuwe Rotterdamse Snelle Toekomstgerichte Meervoudige Kamerzitting (STMK), gericht op snelle en toekomstgerichte berechting met aandacht voor speciale en generale preventie en resocialisatie. De rechtbank legde een gevangenisstraf van 30 maanden op, waarvan 18 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar en bijzondere voorwaarden waaronder meldplicht bij de reclassering. De verdachte moet nog circa 10 maanden effectief uitzitten na aftrek van voorarrest.
Persoonlijke omstandigheden, zoals de zorg voor zijn moeder en gehandicapte broer en het verlangen een goede toekomst voor zijn jonge dochter, werden meegewogen. De rechtbank benadrukte de ernst van de feiten, de maatschappelijke impact van cocaïnehandel en het belang van preventie en resocialisatie in de strafoplegging.