De rechtbank Rotterdam behandelde de zaak tegen de verdachte die werd verdacht van medeplegen van schending van de inlichtingenplicht en witwassen in verband met de bijstandsuitkering van haar partner. De officier van justitie eiste deels vrijspraak en deels veroordeling tot een gevangenisstraf of taakstraf.
De feiten betroffen het opzettelijk niet informeren van de gemeente Rotterdam over het samenwonen en de inkomsten van de partner, die een bijstandsuitkering ontving. De verdachte zou hebben geweten of redelijkerwijs moeten vermoeden dat deze informatie van belang was voor de uitkeringsvaststelling. Tevens werd witwassen ten laste gelegd vanwege het verbergen van geldbedragen en een auto.
De rechtbank oordeelde dat niet wettig en overtuigend was bewezen dat de verdachte wetenschap had van de bijstandsuitkering. De enige aanwijzing, een onduidelijke zoekopdracht in Suwinet voorafgaand aan de uitkering, was onvoldoende om kennis van de uitkering aan te nemen. Zonder deze wetenschap kon niet bewezen worden dat de verdachte opzettelijk informatie heeft verzwegen of aan witwassen heeft gedaan.
Daarom sprak de rechtbank de verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer op 28 september 2023.