De rechtbank Rotterdam behandelde een verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (GI) tot wijziging van de zorg- en opvoedingstaken voor een minderjarige, samen met verzoeken van de ouders. De GI stelde dat een wijziging in het belang van de minderjarige noodzakelijk was, mede op basis van een advies van het KSCD. De moeder wilde het KSCD-advies volgen, terwijl de vader en GI de huidige 50/50-verdeling wilden handhaven.
Tijdens de mondelinge behandeling gaf de minderjarige, bijna 15 jaar oud, aan de huidige regeling te prefereren, waarbij hij de ene week bij de vader en de andere week bij de moeder verblijft. De rechtbank achtte dit belang en de mening van de minderjarige zwaarwegend en concludeerde dat de nadelen van de voorgestelde wijziging zwaarder wegen dan de voordelen.
Daarnaast verzocht de vader om benoeming van een kinderpsychiater op grond van artikel 810a Rv. De rechtbank vond onvoldoende aanknopingspunten dat dit onderzoek tot een andere beslissing zou leiden en wees dit verzoek af. Ook het verzoek van de moeder om deskundigen van het KSCD te horen werd afgewezen omdat de rechtbank zich voldoende geïnformeerd achtte.
De rechtbank benadrukte het belang van het respecteren van de wensen van de minderjarige en het bieden van rust en stabiliteit. De verzoeken tot wijziging van de zorgregeling en benoeming van deskundigen werden afgewezen, waarmee de huidige regeling gehandhaafd blijft.