Eisers hebben een aanvraag ingediend voor een eenmalige energietoeslag voor het jaar 2022, welke door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam is afgewezen omdat het inkomen van eisers op de peildatum 1 januari 2022 hoger was dan 140% van de bijstandsnorm. Eisers hebben bezwaar gemaakt tegen dit besluit en verzocht om herziening, waarbij zij stelden dat hun inkomen vanaf juni 2022 aanzienlijk was gedaald en zij daardoor onevenredig worden benadeeld door het vasthouden aan de peildatum.
De rechtbank heeft het beroep behandeld en geoordeeld dat het college binnen haar beleidsvrijheid en beslissingsruimte heeft gehandeld door vast te houden aan de inkomensgrens op basis van het inkomen in januari 2022. De rechtbank overweegt dat de daling van het inkomen halverwege het jaar geen bijzondere omstandigheid vormt die een afwijking van de beleidsregels rechtvaardigt. De verwijzing van eisers naar een eerdere uitspraak en hun woonsituatie met een slecht geïsoleerde woning is onvoldoende om het standpunt te ondersteunen.
De rechtbank concludeert dat het college het besluit tot afwijzing van de energietoeslag in redelijkheid heeft kunnen nemen en verklaart het beroep ongegrond. Eisers krijgen geen vergoeding van proceskosten en het griffierecht wordt niet teruggegeven.