ECLI:NL:RBROT:2023:10088
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op Wajong-uitkering tijdens voorlopige hechtenis ondanks latere vrijspraak
Eiser had een Wajong-uitkering die werd stopgezet vanwege zijn detentie. Na zijn vrijlating vroeg hij de uitkering opnieuw aan, maar het UWV weigerde de uitkering over de periode van voorlopige hechtenis toe te kennen. Eiser stelde dat zijn vrijheid niet rechtens was ontnomen en dat hij op grond van het vertrouwensbeginsel recht had op uitkering, ook verzocht hij om schadevergoeding.
De rechtbank oordeelde dat de voorlopige hechtenis rechtens was toegestaan op basis van geldende rechtsregels en dat een latere vrijspraak niet betekent dat de hechtenis onrechtmatig was. De uitsluitingsgrond in artikel 2:11 Wajong Pro is van toepassing, waardoor geen recht op uitkering bestaat tijdens voorlopige hechtenis.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat het UWV niet gehouden is fouten uit het verleden te herhalen. Ook het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen, aangezien dit niet binnen de bestuursrechtelijke procedure valt en er specifieke strafrechtelijke regelingen voor schadevergoeding bestaan.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, wees het verzoek om schadevergoeding af en wees het verzoek om voorlopige voorziening af omdat de hoofdzaak reeds werd beslist.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit van het UWV is ongegrond verklaard en het verzoek om Wajong-uitkering over de periode van voorlopige hechtenis is afgewezen.