ECLI:NL:RBROT:2023:10089
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot toekenning of herziening WIA-uitkering wegens ontbreken nieuwe medische feiten
Eiseres, laatstelijk werkzaam als medewerker schoonmaak, diende meerdere aanvragen in voor een WIA-uitkering vanwege lichamelijke klachten. Na een eerdere afwijzing in 2019 wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid, verzocht zij in 2022 opnieuw om toekenning of herziening van de uitkering. Het UWV wees dit verzoek af omdat geen sprake was van een nieuwe of toegenomen arbeidsongeschiktheid uit dezelfde ziekteoorzaak.
De rechtbank behandelde het beroep en oordeelde dat het UWV zich zorgvuldig had voorbereid en deugdelijk gemotiveerd had dat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die een wijziging in de medische situatie van eiseres aantonen. De verzekeringsarts concludeerde dat er geen toename van klachten was en dat de klachten in 2022 niet uit dezelfde ziekteoorzaak voortkwamen.
Eiseres stelde dat het besluit in strijd was met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het zorgvuldigheidsbeginsel, maar de rechtbank vond dat deze stellingen onvoldoende waren geconcretiseerd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, en eiseres kreeg geen WIA-uitkering, geen terugbetaling van griffierecht en geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een WIA-uitkering wordt afgewezen.