ECLI:NL:RBROT:2023:10141
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging WOZ-aanslag wegens onjuiste berekening totaalbedrag aanslagbiljet
De rechtbank Rotterdam behandelde het beroep van eiser tegen het besluit van het Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie Heffing en Waardebepaling inzake de WOZ-waarde van een woning en het daarbij behorende aanslagbiljet voor het belastingjaar 2022.
Verweerder had de WOZ-waarde vastgesteld op € 946.000,-, welke na bezwaar was verlaagd naar € 848.000,-. Eiser betwistte de berekening van het totaalbedrag van het aanslagbiljet en stelde dat dit bedrag onjuist was. De rechtbank stelde vast dat de WOZ-waarde zelf niet in geschil was, maar dat de berekening van het aanslagbiljet onjuist was toegepast.
De rechtbank corrigeerde de berekening van het aanslagbiljet en stelde het bedrag vast op € 1.179,57 in plaats van € 1.215,75 minus € 100,-. Daarnaast wees de rechtbank het verzoek om wettelijke rente af omdat niet was gebleken dat de aanslag al was betaald. Vergoeding van proceskosten werd eveneens afgewezen omdat eiser geen beroepsmatige rechtsbijstand had ingeschakeld.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit voor zover het het totaalbedrag van het aanslagbiljet betreft en droeg verweerder op het betaalde griffierecht aan eiser te vergoeden.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het bestreden besluit voor het aanslagbiljet en stelt het totaalbedrag vast op € 1.179,57.