De rechtbank Rotterdam behandelde een verzoek van de man om gezamenlijk ouderlijk gezag over zijn drie minderjarige kinderen toe te wijzen en een omgangsregeling vast te stellen. De vrouw was met de minderjarigen naar een onbekend adres in Spanje vertrokken zonder contactgegevens achter te laten en zonder advocaat, waardoor zij niet kon worden geïnformeerd over het vermeerderde verzoek van de man.
De rechtbank overwoog dat de vrouw willens en wetens uit beeld was verdwenen, waardoor de gevolgen daarvan voor haar rekening en risico komen. De Nederlandse rechter is bevoegd omdat de gewone verblijfplaats van de kinderen bij indiening van het verzoek in Nederland was. De rechtbank past Nederlands recht toe.
De man verzocht op grond van artikel 1:253c BW gezamenlijk gezag toe te wijzen, wat de rechtbank toewijst omdat dit in het belang van de kinderen is en er geen onaanvaardbaar risico is dat de kinderen klem of verloren raken. Ook wordt een omgangsregeling vastgesteld die start met indirecte communicatie en begeleid contact, waarbij het contact alleen plaatsvindt als de kinderen daar zelf behoefte aan hebben.
De vrouw heeft zich niet tegen het verzoek verweerd. De rechtbank wijst het zelfstandige verzoek van de vrouw om het omgangsrecht te ontzeggen af, omdat er geen aanwijzingen zijn dat contact met de man schadelijk is. De proceskosten worden ieder door eigen partij gedragen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en er staat hoger beroep open.