Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
[adres01] , [postcode01] [woonplaats01] , te België,
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het voorbereiden en bevorderen van de handel in grote hoeveelheden cocaïne tussen maart en juni 2020 in Rotterdam en Antwerpen.
De tenlastelegging omvatte onder meer het opzettelijk verkopen, vervoeren en binnenbrengen van cocaïne, alsmede deelname aan een criminele organisatie gericht op drugshandel. De verdachte zou via telefoongesprekken en chatberichten betrokken zijn geweest bij de logistiek en distributie van de drugs.
Tijdens de terechtzittingen in september en oktober 2023 werd het bewijs onderzocht. De officier van justitie vorderde vrijspraak wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs. De rechtbank volgde dit standpunt en sprak de verdachte zonder nadere motivering vrij.
De uitspraak benadrukt dat de tenlastelegging niet bewezen kon worden en verklaart de verdachte niet schuldig aan de ten laste gelegde feiten. Hiermee komt een einde aan de strafrechtelijke procedure tegen de verdachte in deze zaak.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.