ECLI:NL:RBROT:2023:10385
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen terugvordering Ziektewetuitkering wegens inkomsten uit arbeid
Eiseres, een internist allergoloog, ontving vanaf september 2018 een Ziektewetuitkering. Verweerder stelde bij besluit van oktober 2020 vast dat eiseres over de periode 20 januari tot en met 16 augustus 2020 inkomsten uit arbeid had die niet waren doorgegeven, waardoor zij onterecht een te hoge uitkering ontving. Verweerder vorderde daarom het bedrag van €12.506,50 terug. Eiseres maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze terugvordering.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht de uitkering heeft gekort en de te veel betaalde bedragen mag terugvorderen op grond van artikel 33 van Pro de Ziektewet. Eiseres heeft niet voldaan aan de voorwaarden voor kwijtschelding, waaronder het niet benutten van een betalingsregeling en het niet aantonen van een dringende reden. Hoewel eiseres financiële en sociale problemen aanvoert, zijn deze onvoldoende onderbouwd om af te zien van terugvordering.
De rechtbank bevestigt dat verweerder verplicht is onverschuldigd betaalde uitkeringen terug te vorderen, tenzij sprake is van dringende redenen die onaanvaardbare gevolgen veroorzaken. Dit is hier niet het geval. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van de te veel betaalde Ziektewetuitkering wordt ongegrond verklaard.