ECLI:NL:RBROT:2023:1040
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing aanvullende beurs studiefinanciering wegens nationaliteitseis
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap waarin haar bezwaar tegen het niet toekennen van een aanvullende beurs studiefinanciering werd afgewezen. Het primaire besluit stelde dat eiseres niet voldeed aan de nationaliteitseis voor studiefinanciering over 2022.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaar tegen het recht op studiefinanciering terecht niet-ontvankelijk werd verklaard omdat eiseres de basisbeurs en reisvoorziening reeds ontving en een uitsluitend formeel belang onvoldoende is voor procesbelang. Ten aanzien van de aanvullende beurs stelde de minister dat de ouderlijke bijdrage nog niet kon worden vastgesteld omdat de inkomensgegevens van de ouders nog niet waren ontvangen van de Belastingdienst.
Eiseres voerde aan dat verweerder onzorgvuldig had gehandeld door geen nader onderzoek te verrichten naar haar situatie en dat het besluit in strijd was met algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De rechtbank verwierp deze stellingen en oordeelde dat verweerder terecht het bezwaar ongegrond verklaarde zolang de inkomensgegevens niet beschikbaar waren.
Het beroep werd ongegrond verklaard, eiseres kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak benadrukt het belang van het toetsingsinkomen van ouders bij de berekening van de aanvullende beurs en bevestigt dat zonder deze gegevens geen toekenning kan plaatsvinden.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het besluit tot afwijzing van de aanvullende beurs studiefinanciering wordt ongegrond verklaard.