De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, hierna [kind01], geboren in 2013. De minderjarige verblijft momenteel bij de tante van moederszijde. De ondertoezichtstelling was reeds verlengd tot januari 2024 en de machtiging tot uithuisplaatsing tot juli 2023.
De gecertificeerde instelling verzocht op 13 juni 2023 om verlenging van de uithuisplaatsing voor zes maanden en op 26 juni 2023 om benoeming van een bijzondere curator. Tijdens de zitting op 29 juni 2023 werd vastgesteld dat de ontwikkeling van [kind01] leeftijdsadequaat verloopt en dat hij een stabiele basis nodig heeft. De vader oefent het ouderlijk gezag uit maar weigert passende hulpverlening en begeleide omgang, wat een terugplaatsing bemoeilijkt.
De tante van moederszijde, waar [kind01] verblijft, gaf aan niet altijd voor hem te kunnen zorgen vanwege haar werk. De kinderrechter oordeelde dat verlenging van de machtiging noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. Tevens werd een bijzondere curator benoemd om de belangen van [kind01] te behartigen gedurende de ondertoezichtstelling tot januari 2024.
De beschikking is mondeling gegeven op 29 juni 2023 en schriftelijk vastgesteld op 21 juli 2023. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en er is mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden na uitspraak of betekening.