ECLI:NL:RBROT:2023:10451
Rechtbank Rotterdam
- Beslissing RC
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering machtiging gijzeling wegens betalingsonmacht veroordeelde
De rechtbank Rotterdam behandelde op 23 augustus 2023 de vordering van het Openbaar Ministerie tot machtiging van gijzeling tegen de veroordeelde wegens niet-nakoming van een ontnemingsmaatregel van €147.886,25, opgelegd bij vonnis van 29 oktober 2015. Tot op dat moment had de veroordeelde slechts €1.235,60 betaald.
Het Openbaar Ministerie stelde dat de veroordeelde betalingsonwil vertoonde, onderbouwd met ongebruikelijke transacties van €32.869,- die op zijn bankrekening waren geregistreerd. De veroordeelde betoogde daarentegen dat hij sinds 2016 leeft van een bijstandsuitkering en dat hij als katvanger is gebruikt bij de genoemde transacties, waarvoor hij geen bewijs kon overleggen vanwege geblokkeerde rekeningen en financiële beperkingen.
Op de terechtzitting werden diverse stukken overgelegd, waaronder verklaringen en bankafschriften, die de stelling van de veroordeelde ondersteunden. De officier van justitie concludeerde dat er sprake was van betalingsonmacht in plaats van onwil. De rechtbank volgde dit standpunt en oordeelde dat de veroordeelde aannemelijk heeft gemaakt niet in staat te zijn tot betaling.
De vordering tot machtiging gijzeling werd daarom afgewezen, met het dringende advies aan de veroordeelde om het resterende bedrag te voldoen zodra hij daartoe in staat is. De betalingsverplichting blijft onverminderd bestaan.
Uitkomst: De vordering tot machtiging gijzeling wordt afgewezen wegens aannemelijke betalingsonmacht van de veroordeelde.