Stichting Havensteder sloot op 8 juni 2023 een huurovereenkomst met gedaagde voor een woning in Rotterdam, waarbij gedaagde urgentie had vanwege een eerdere ontruiming. Voor het passend toewijzen van de woning moest gedaagde haar inkomensgegevens overleggen. Aanvankelijk overhandigde zij een aangifte inkomstenbelasting 2021 met een laag inkomen, waarna Havensteder een IB60-verklaring eiste. Gedaagde verstrekte vervolgens een IB60-verklaring met een aanzienlijk hoger inkomen.
Havensteder ontdekte dat deze IB60-verklaring was vervalst doordat gedaagde het inkomen zelf had gewijzigd zonder dit te melden. Gedaagde ontkende aanvankelijk, maar gaf later toe de verklaring te hebben aangepast. Het inkomen uit de latere IB60-verklaring 2022 was onvoldoende voor de woning. Havensteder stelde dat sprake was van bedrog en vernietigde de huurovereenkomst buitengerechtelijk, waarna zij ontruiming eiste.
Gedaagde voerde verweer met gebrek aan spoedeisend belang, goede trouw en het ontbreken van een passend inkomen. De kantonrechter oordeelde dat Havensteder wel degelijk spoedeisend belang had vanwege de schaarste aan sociale woningen en dat gedaagde bewust onjuiste informatie had verstrekt, wat bedrog oplevert. De belangenafweging gaf de doorslag ten gunste van Havensteder, mede omdat gedaagde geen passend inkomen kon aantonen en geen vervangende woonruimte betwist werd.
De kantonrechter wees de eis tot ontruiming toe met een termijn van veertien dagen na betekening en veroordeelde gedaagde tot betaling van de proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.