ECLI:NL:RBROT:2023:10478
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beschikking tot teruggave van inbeslaggenomen geldbedrag na seponering strafzaak
Op 22 januari 2018 werd een contant geldbedrag van €270.150,- in een verborgen ruimte van een vrachtwagen in beslag genomen in het kader van een strafrechtelijk onderzoek naar cocaïne-uitvoer en witwassen. De klager was een van de verdachten, maar de strafzaak tegen hem werd op 10 januari 2021 geseponeerd.
De klager stelde dat hij als beslagene moest worden aangemerkt en dat het geldbedrag aan hem moest worden teruggegeven. De officier van justitie betwistte dit en stelde dat de klager niet als beslagene kon worden beschouwd omdat het beslag niet onder hem was gelegd.
De rechtbank oordeelde dat de klager op basis van zijn verklaringen en de omstandigheden als beslagene kon gelden. Omdat de strafzaak tegen hem was geseponeerd en geen strafvorderlijk belang meer bestond voor het voortduren van het beslag, en geen andere rechthebbende was aangetoond, werd het beklag gegrond verklaard en de teruggave aan de klager gelast.
De beschikking werd gegeven door de meervoudige raadkamer van de rechtbank Rotterdam op 27 september 2023. Tegen deze beschikking staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beslag op het geldbedrag wordt opgeheven en het geldbedrag wordt aan de klager teruggegeven.