Op 15 augustus 2021 werd verdachte aangehouden in Rotterdam nadat zijn auto werd gevolgd vanwege verdacht rijgedrag en eerdere strafrechtelijke registraties. Tijdens een rechtmatige doorzoeking van zijn auto werd 8265 gram heroïne aangetroffen in de kofferbak. De verdachte voerde aan dat hij niet wist van de drugs en dat de auto was uitgeleend, maar deze verklaring werd door de rechtbank niet aannemelijk geacht.
De rechtbank oordeelde dat de doorzoeking rechtmatig was op grond van een redelijk vermoeden van aanwezigheid van drugs. De verdachte werd geacht wetenschap en beschikkingsmacht te hebben over de drugs, ondanks het ontbreken van zijn DNA op de verpakking. Het bewijs werd als wettig en overtuigend beoordeeld.
De rechtbank achtte het feit ernstig vanwege de grote hoeveelheid heroïne en de maatschappelijke gevolgen van drugshandel. Hoewel de verdachte geen eerdere soortgelijke veroordelingen had, werd een gevangenisstraf van 26 maanden opgelegd, lager dan het richtpunt van 34 maanden vanwege het tijdsverloop en het feit dat verdachte al lange tijd op vrije voeten was zonder nieuwe feiten.
De straf zal worden uitgevoerd binnen de penitentiaire inrichting, met mogelijkheid tot deelname aan programma's of voorwaardelijke invrijheidstelling. De tijd in voorlopige hechtenis wordt in mindering gebracht op de straf.