Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- het verzoekschrift met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 17 november 2022;
- het verweerschrift, ingekomen op 4 september 2023.
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), vertegenwoordigd door [naam03].
2.De vaststaande feiten
- de minderjarige haar hoofdverblijfplaats zal hebben bij de man;
- de regeling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken als volgt zal zijn: de minderjarige verblijft in een cyclus van twee weken:
- de ene week van maandag uit school tot woensdag naar school bij de man en van woensdag uit school tot maandag naar school bij de vrouw;
- de andere week van maandag uit school tot woensdag naar school bij de man, van woensdag uit school tot vrijdag naar school bij de vrouw en van vrijdag uit school tot maandag naar school bij de man (en aansluitend tot woensdag naar school);
- het verblijf van de minderjarige tijdens de vakanties en feestdagen wordt tussen partijen bij helfte verdeeld.
3.De beoordeling
- de helft van het door hem – voor de minderjarige – vanaf 1 januari 2020, althans vanaf augustus 2022, ontvangen en nog te ontvangen kindgebonden budget betaalt;
- de helft van de door hem – voor de minderjarige – vanaf 4 september 2020 ontvangen en nog te ontvangen kinderbijslag aan haar betaalt.