ECLI:NL:RBROT:2023:1052
Rechtbank Rotterdam
- Beslissing RC
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vordering tot inbewaringstelling wegens recidive op haventerrein
De rechtbank Rotterdam heeft op 14 februari 2023 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen de beschikking van de rechter-commissaris die de vordering tot inbewaringstelling van verdachte gedeeltelijk had afgewezen. Verdachte werd verdacht van het illegaal betreden van een afgesloten haventerrein, strafbaar gesteld onder art. 138aa Sr. De officier van justitie was tegen de afwijzing in hoger beroep gekomen.
De rechtbank stelde vast dat verdachte geen first offender is, aangezien hij eind december 2022 al onder soortgelijke omstandigheden op een afgesloten haventerrein werd aangetroffen. Verdachte gaf geen inhoudelijke verklaring of rechtvaardigingsgrond voor zijn aanwezigheid. De rechtbank oordeelde dat er ernstige bezwaren bestaan en dat het recidivegevaar, zoals bedoeld in art. 67a lid 2 onder 2 Sv., aanwezig is.
De rechtbank vond dat de belangen van de verdachte onvoldoende onderbouwd waren om de voorlopige hechtenis te schorsen en wees het hoger beroep van de officier van justitie toe. De beschikking van de rechter-commissaris werd vernietigd en de vordering tot inbewaringstelling werd alsnog toegewezen voor een periode van veertien dagen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot inbewaringstelling toe en beveelt voorlopige hechtenis voor veertien dagen wegens recidive op een afgesloten haventerrein.