Op 9 juli 2023 werd verdachte samen met een medeverdachte aangehouden op de A16 nabij Dordrecht met 4.024 gram cocaïne in een auto met Frans kenteken. Verdachte verklaarde de drugs te vervoeren naar een locatie in Nederland, wat niet werd weerlegd door het bewijs. De rechtbank oordeelde dat het primair ten laste gelegde feit van uitvoer niet wettig en overtuigend bewezen kon worden en sprak verdachte daarvan vrij.
Het subsidiair ten laste gelegde feit, medeplegen van het vervoer van de cocaïne, werd wel bewezen verklaard. Verdachte had de drugs in vereniging met een ander vervoerd, wat strafbaar is volgens de Opiumwet. Verdachte had een strafblad met eerdere drugsveroordelingen in Frankrijk.
Gezien de ernst van het feit, de hoeveelheid drugs en de recidive werd een gevangenisstraf van 24 maanden opgelegd. De tijd in voorlopige hechtenis werd in mindering gebracht. De rechtbank achtte de straf passend en hield rekening met de richtlijnen van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht.