In deze zaak vordert eiser betaling van huurachterstand van Mellowship Holding B.V. na ontbinding van de huurovereenkomst wegens wanbetaling. Mellowship stelt zich op het standpunt dat zij recht heeft op huurprijsvermindering vanwege gebreken (lekkage en stankoverlast) en coronamaatregelen. De kantonrechter heeft in een tussenvonnis reeds een gedeeltelijke huurprijsvermindering toegekend voor de gebreken.
Mellowship heeft omzetschade berekend op basis van prognoses en werkelijke cijfers over 2019 en 2020. De kantonrechter oordeelt dat de prognoses te rooskleurig zijn en schat de omzetschade op een kwart van de geschatte omzet, wat resulteert in een schadebedrag van €20.332,42 over de periode november 2019 tot en met februari 2020. De vordering tot huurprijsvermindering wegens coronamaatregelen wordt afgewezen omdat onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat de omzet daadwerkelijk is gedaald.
Na verrekening van de huurprijsvermindering en omzetschade resteert een huurachterstand van €493,32 die Mellowship moet betalen. De ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming blijven in stand, maar de gevorderde schadevergoeding vanaf ontruimingsdatum wordt afgewezen. Buitengerechtelijke incassokosten en rente worden toegewezen over het resterende bedrag. Proceskosten worden gecompenseerd. Het verstekvonnis wordt vernietigd en dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.