Op 25 april 2023 werd verdachte in Hoogvliet Rotterdam betrapt op het voorhanden hebben van een revolver met drie kogelpatronen. Toen de politie arriveerde, gooide verdachte het vuurwapen uit de woning waar hij verbleef naar buiten. Hoewel verdachte verklaarde dat het wapen niet van hem was en dat hij het slechts had vastgehouden, vond DNA-onderzoek het DNA van verdachte op het wapen, en getuigen ontkenden het wapen te hebben gezien. De rechtbank achtte de verklaring ongeloofwaardig en concludeerde dat het wapen van verdachte was.
De rechtbank oordeelde dat het bezit van een geladen vuurwapen een ernstig en strafbaar feit is, mede vanwege het risico voor de openbare veiligheid. Verdachte had geen strafrechtelijke voorgeschiedenis met soortgelijke feiten. De rechtbank legde een gevangenisstraf van zes maanden op, met aftrek van het voorarrest, en wees een verzoek van de verdediging af om alleen het voorarrest als straf op te leggen.
De straf weerspiegelt de ernst van het feit, de persoonlijke omstandigheden van verdachte en het belang van generale preventie tegen vuurwapengeweld. De tenuitvoerlegging van de straf zal plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, met mogelijke deelname aan een penitentiair programma of regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling.