Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoeker;
- mr. J. Pearson, waarnemend voor zijn kantoorgenoot mr. D.A. IJpelaar, werkzaam bij JAW Advocaten (hierna: advocaat).
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft op 21 september 2023 een verzoek ingediend ex artikel 287b Faillissementswet om een voorlopige voorziening te treffen die de ontruiming van zijn huurwoning opschort. De ontruiming was bevolen in een vonnis van 22 juni 2021.
De rechtbank constateert dat sprake is van een bedreigende situatie omdat de ontruiming op korte termijn zou plaatsvinden. Verzoeker heeft een inkomen uit eigen onderneming van € 5.000 per maand en betaalt de huur van € 702 per maand, waarvan de oktoberhuur reeds is voldaan. Verweerster, Stichting Woonstad Rotterdam, heeft geen bezwaar tegen toewijzing onder de voorwaarde dat de lopende huurtermijnen worden betaald.
De rechtbank weegt het belang van verzoeker, die in zijn woning wil blijven en zijn schuldhulpverleningstraject wil voortzetten, zwaarder dan het belang van verweerster. Daarom wordt de voorlopige voorziening toegewezen voor zes maanden, met de voorwaarde dat de huur tijdig wordt betaald. Tevens wordt verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw.
Uitkomst: Voorlopige voorziening toegewezen die ontruiming opschort voor zes maanden onder voorwaarde van tijdige huurbetaling.