ECLI:NL:RBROT:2023:10577

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
26 oktober 2023
Publicatiedatum
13 november 2023
Zaaknummer
FT EA 23/928 / FT EA 23/929
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 284 FwArt. 285 FwArt. 287b Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing voorlopige voorziening moratorium tegen ontruiming huurwoning

Verzoeker heeft op 21 september 2023 een verzoek ingediend ex artikel 287b Faillissementswet om een voorlopige voorziening te treffen die de ontruiming van zijn huurwoning opschort. De ontruiming was bevolen in een vonnis van 22 juni 2021.

De rechtbank constateert dat sprake is van een bedreigende situatie omdat de ontruiming op korte termijn zou plaatsvinden. Verzoeker heeft een inkomen uit eigen onderneming van € 5.000 per maand en betaalt de huur van € 702 per maand, waarvan de oktoberhuur reeds is voldaan. Verweerster, Stichting Woonstad Rotterdam, heeft geen bezwaar tegen toewijzing onder de voorwaarde dat de lopende huurtermijnen worden betaald.

De rechtbank weegt het belang van verzoeker, die in zijn woning wil blijven en zijn schuldhulpverleningstraject wil voortzetten, zwaarder dan het belang van verweerster. Daarom wordt de voorlopige voorziening toegewezen voor zes maanden, met de voorwaarde dat de huur tijdig wordt betaald. Tevens wordt verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw.

Uitkomst: Voorlopige voorziening toegewezen die ontruiming opschort voor zes maanden onder voorwaarde van tijdige huurbetaling.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
voorlopige voorziening ex artikel 287b Faillissementswet: toewijzing
toepassing schuldsaneringsregeling: niet-ontvankelijk
rekestnummers: [nummer]
uitspraakdatum: 26 oktober 2023
[verzoeker],
wonende te [adres]
[woonplaats],
verzoeker.

1.De procedure

Verzoeker heeft op 21 september 2023, met een verzoekschrift ex artikel 284 Faillissementswet Pro (Fw), een verzoekschrift ex artikel 287b, eerste lid, Fw ingediend, waarin wordt gevraagd om een voorlopige voorziening bij voorraad.
In het tussenvonnis van deze rechtbank van 22 september 2023 heeft de rechtbank Stichting Woonstad Rotterdam (verweerster) verboden tot ontruiming over te gaan totdat op het verzoekschrift zal zijn beslist en de behandeling van het verzoekschrift bepaald op 19 oktober 2023.
De heer H. Westdijk, werkzaam bij GGN heeft namens verweerster voorafgaand aan de zitting op 17 oktober 2023 aan de rechtbank een verweerschrift toegezonden en aangegeven niet bij de mondeling behandeling aanwezig te zijn.
Ter zitting van 19 oktober 2023 zijn verschenen en gehoord:
  • verzoeker;
  • mr. J. Pearson, waarnemend voor zijn kantoorgenoot mr. D.A. IJpelaar, werkzaam bij JAW Advocaten (hierna: advocaat).
De rechtbank heeft de uitspraak bepaald op heden.

2.Het verzoek

Het verzoek strekt ertoe op grond van artikel 287b, eerste lid, Fw, gedurende een termijn van zes maanden bij uitspraak een voorlopige voorziening te treffen en verweerster te verbieden het vonnis van de Rechtbank Rotterdam van 22 juni 2021 tot ontruiming van de woonruimte van verzoeker ten uitvoer te leggen.
Uit het verzoekschrift blijkt dat verzoeker sinds 15 november 2022 is aangemeld bij Zuidweg & Partners voor schuldhulpverlening. Verzoeker onderzoekt de mogelijkheid om met een door de gemeente verstrekt krediet zijn schulden in één keer te saneren, zodat hij verder kan gaan met zijn onderneming. Verzoeker heeft een inkomen uit eigen onderneming van € 5.000,- per maand. De huur van verzoeker bedraagt € 702,- per maand. Ter zitting heeft de advocaat verklaard dat de huurtermijn van oktober 2023 op 2 oktober 2023 is betaald. Ook is een betaalbewijs overgelegd. Daarnaast heeft verzoeker toegezegd dat de huur voor november 2023 voor de eerste van de maand betaald zal worden.

3.Het verweer

GGN heeft op 17 oktober 2023 namens verweerster gesteld dat zij geen bezwaar hebben tegen toewijzing van het verzoek. Dit onder het voorbehoud dat in het vonnis wordt opgenomen dat indien de lopende huurtermijnen niet worden voldaan, het vonnis van 22 juni 2021 ten uitvoer kan worden gelegd.

4.De beoordeling

Allereerst dient te worden beoordeeld of sprake is van een bedreigende situatie zoals dwingend is voorgeschreven in artikel 287b, tweede lid, Fw. Nu verzoeker een kopie van het vonnis van de Rechtbank Rotterdam van 22 juni 2021 tot ontruiming van de woonruimte van verzoeker en een kopie van het exploot van 20 september 2023 heeft overgelegd waarin wordt aangekondigd dat verweerster op 26 september 2023 zal overgaan tot ontruiming van de woning van verzoeker, is er naar het oordeel van de rechtbank sprake van een bedreigende situatie.
De wetgever heeft met een moratorium beoogd om een schuldenaar bij een – dreigende – executie een adempauze te bieden opdat de schuldenaar in staat wordt gesteld om met zijn schuldeisers een regeling van zijn schulden overeen te komen.
Artikel 287b Fw bevat geen criterium op grond waarvan kan worden beslist of de voorlopige voorziening dient te worden toegewezen dan wel afgewezen. De rechtbank zoekt daarom aansluiting bij de voorziening zoals genoemd in artikel 287, vierde lid, Fw waarbij een afweging dient plaats te vinden tussen het belang van verzoeker enerzijds en de schuldeiser, in dit geval verweerster, anderzijds.
Het belang van verzoeker bestaat erin dat hij in de huurwoning kan blijven wonen en dat het minnelijk schuldhulpverleningstraject door verzoeker kan worden doorlopen.
Het belang van verweerster bestaat erin dat zij het vonnis van 22 juni 2021 ten uitvoer kan leggen.
Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk geworden dat de lopende termijnen kunnen en zullen worden voldaan. Bovendien heeft verweerster zich niet tegen toewijzing van het verzoek verzet. Tegen deze achtergrond dient het belang van verzoeker zwaarder te wegen dan het belang van verweerster.
De rechtbank acht termen aanwezig om ter zekerheid van de belangen van verweerster in het dictum een voorwaarde op te nemen. De verzochte voorziening zal onder de in het dictum genoemde voorwaarde worden toegewezen.
Nu het minnelijk traject naar verwachting niet op korte termijn zal zijn afgerond, zal verzoeker gelet op het bepaalde in artikel 285, eerste lid, sub f, in samenhang met artikel 287, tweede lid, Fw, ten aanzien van het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw, niet-ontvankelijk worden verklaard. Zo nodig kan verzoeker te zijner tijd een nieuw verzoek indienen.

5.De beslissing

De rechtbank:
- schort de tenuitvoerlegging op van het op 22 juni 2021 op verzoek van verweerster uitgesproken vonnis van deze rechtbank tot ontruiming van de huurwoning van verzoeker gelegen aan de [adres], [woonplaats], voor de duur van deze voorziening en verlengt de huurovereenkomst zoals deze tussen partijen bestaat of bestond voor de duur van deze voorziening;
- bepaalt dat de genoemde voorziening geldt voor de duur van zes maanden;
- bepaalt dat deze voorziening slechts geldt zolang de lopende termijnen gedurende deze periode tijdig worden voldaan;
- verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek ex artikel 284, tweede lid, Fw.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. Snel-van den Hout, rechter, en in aanwezigheid van S.R.L.T. Peek, griffier, in het openbaar uitgesproken op 26 oktober 2023.