Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoeker;
- mevrouw [naam01] , werkzaam bij de Kredietbank Rotterdam (hierna: schuldhulpverlening);
- de heer [naam02] , kennis van verzoeker,
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft een schuldregeling aangeboden aan veertien schuldeisers, waaronder Defam, die een vordering van €19.299,37 heeft en weigert in te stemmen met het akkoord. Het voorstel is gebaseerd op de NVVK-norm en de afloscapaciteit van verzoeker, die een fulltime dienstbetrekking heeft. De regeling voorziet in een betaling van 4,17% aan preferente en 2,08% aan concurrente schuldeisers over een periode van 36 maanden.
De rechtbank constateert dat dertien schuldeisers het akkoord steunen en dat het voorstel is getoetst door een onafhankelijke partij, de Kredietbank Rotterdam. Verzoeker bevindt zich in een stabiele financiële situatie en voldoet aan de werkverplichting. Defam vindt het aanbod te laag en twijfelt aan de inspanningen van verzoeker, maar heeft haar standpunten niet mondeling toegelicht.
De rechtbank weegt het belang van Defam tegen dat van verzoeker en de overige schuldeisers en concludeert dat het belang van de meerderheid en de redelijkheid van het voorstel zwaarder wegen. De wettelijke schuldsaneringsregeling zou minder opleveren vanwege kosten en een kortere looptijd. Daarom beveelt de rechtbank Defam om in te stemmen met het akkoord en wijst het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af.
Uitkomst: Verzoek tot dwangakkoord wordt toegewezen en schuldeiser Defam wordt bevolen in te stemmen met de schuldregeling.