Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Het verloop van de procedure
- de moeder;
- de vader;
Rechtbank Rotterdam
De Raad voor de Kinderbescherming heeft een verzoek ingediend tot ondertoezichtstelling van het kind [kind01], geboren in 2017, vanwege ernstige bedreiging van zijn ontwikkeling door spanningen tussen de ouders. De ouders hebben een ingewikkelde en turbulente relatie, waardoor het kind klem zit tussen hen en een achterstand op school heeft.
Tijdens de mondelinge behandeling, waarbij de moeder, vader en vertegenwoordigers van de Raad en Jeugdbescherming west aanwezig waren, werd bevestigd dat vrijwillige hulpverlening niet effectief was gebleken. De ouders kunnen wel samenwerken als duidelijke afspraken worden gemaakt, maar er zijn zorgen over de nieuwe partner van de moeder en incidenten met de vader.
De kinderrechter oordeelt dat aan de wettelijke criteria van artikel 1:255 BW Pro is voldaan en stelt het kind onder toezicht voor de duur van twaalf maanden. De Jeugdbescherming west krijgt de opdracht veiligheidsafspraken te maken en de ouders moeten zich daaraan houden om het belang en de veiligheid van het kind te waarborgen.
Uitkomst: Het kind wordt voor twaalf maanden onder toezicht gesteld van Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland.