ECLI:NL:RBROT:2023:10604

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
31 oktober 2023
Publicatiedatum
13 november 2023
Zaaknummer
C/10/666315 / JE RK 23-2324
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking ondertoezichtstelling kind wegens spanningen tussen ouders en bedreigde ontwikkeling

De Raad voor de Kinderbescherming heeft een verzoek ingediend tot ondertoezichtstelling van het kind [kind01], geboren in 2017, vanwege ernstige bedreiging van zijn ontwikkeling door spanningen tussen de ouders. De ouders hebben een ingewikkelde en turbulente relatie, waardoor het kind klem zit tussen hen en een achterstand op school heeft.

Tijdens de mondelinge behandeling, waarbij de moeder, vader en vertegenwoordigers van de Raad en Jeugdbescherming west aanwezig waren, werd bevestigd dat vrijwillige hulpverlening niet effectief was gebleken. De ouders kunnen wel samenwerken als duidelijke afspraken worden gemaakt, maar er zijn zorgen over de nieuwe partner van de moeder en incidenten met de vader.

De kinderrechter oordeelt dat aan de wettelijke criteria van artikel 1:255 BW Pro is voldaan en stelt het kind onder toezicht voor de duur van twaalf maanden. De Jeugdbescherming west krijgt de opdracht veiligheidsafspraken te maken en de ouders moeten zich daaraan houden om het belang en de veiligheid van het kind te waarborgen.

Uitkomst: Het kind wordt voor twaalf maanden onder toezicht gesteld van Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/666315 / JE RK 23-2324
Datum uitspraak: 31 oktober 2023
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht,
hierna te noemen de Raad, gevestigd te Rotterdam,
over
[kind01],
geboren op [geboortedatum01] 2017 in [geboorteplaats01] , hierna te noemen [kind01] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam01],
hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats01] ,
[naam02],
hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats02] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van 2 oktober 2023, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 26 oktober 2023. Daarbij waren aanwezig:
  • de moeder;
  • de vader;
- een vertegenwoordiger van de Raad, te weten [naam03] ;
- [naam04] en [naam05] , namens de gecertificeerde jeugdinstelling Jeugdbescherming west (hierna: de GI).

2.De feiten

2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [kind01] .
2.2.
[kind01] woont bij zijn moeder.

3.Het verzoek

3.1.
De Raad verzoekt de ondertoezichtstelling van [kind01] voor de duur van twaalf maanden, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
3.2.
De Raad heeft ter zitting het verzoek gehandhaafd en als volgt nader toegelicht. [kind01] heeft twee liefdevolle ouders die een ingewikkelde relatie hebben. Door deze ingewikkelde relatie heeft [kind01] veel spanningen meegekregen. [kind01] zit klem tussen beide ouders en wordt hiermee belast. Ook heeft [kind01] een achterstand op school. Er moet zicht komen op de situatie.
Op dit moment heeft de moeder een nieuwe partner. Hier zijn zorgen over, omdat er incidenten hebben plaatsgevonden tussen de vader en de nieuwe partner. De ouders kunnen goed samenwerken als zij duidelijke afspraken hebben. Hierbij kan worden gedacht aan Ouderschap Blijft.

4.De standpunten

4.1.
De GI heeft aangegeven achter het verzoek van de Raad te staan. Ook de GI ziet de zorgen over de spanning en strijd tussen de ouders. Op dit moment is er geen vaste jeugdbeschermer beschikbaar. Er kunnen wel veiligheidsafspraken worden gemaakt. Aankomende week zal de GI contact opnemen met de ouders.
4.2.
Ter zitting heeft de moeder aangegeven het eens te zijn met het verzoek van de Raad. De moeder vindt het zwaar, maar dit is het beste voor [kind01] . De moeder staat open voor de hulpverlening.
4.3.
De vader sluit zich aan bij de moeder. Op dit moment verloopt het contact met de moeder goed, omdat de nieuwe partner van de moeder op dit moment vastzit. Als de nieuwe partner vrij komt, wil de vader niet dat hij contact heeft met [kind01] .

5.De beoordeling

5.1.
Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan de wettelijke criteria genoemd in artikel 1:255 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW).
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat [kind01] ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Gebleken is dat de hulpverlening in het vrijwillig kader niet van de grond is gekomen. De afgelopen jaren hebben de ouders een turbulente relatie gehad met veel onderlinge spanningen. Dit heeft voor veel verwarring en spanning gezorgd bij [kind01] en maakt dat [kind01] klem zit tussen de ouders. Ook heeft [kind01] achterstanden op school.
Het is van belang dat er zicht komt op beide ouders en hun relatie als ouders alsmede dat er zicht komt op de woon-, leef- en opvoedsituatie van beiden. Verder is het van belang dat de ouders leren om onder alle omstandigheden samen te werken zonder dat [kind01] wordt belast. De ouders dienen elkaar als partner los te laten en elkaar te vertrouwen als ouder. De GI dient binnen korte termijn veiligheidsafspraken te maken, waarbij de belangen (en veiligheid) van [kind01] voorop staan. De ouders dienen zich aan die afspraken te houden, hetgeen ook betekent dat zij zichzelf wellicht beperkingen moeten opleggen en hun emoties onder controle dienen te houden.
5.3.
De kinderrechter zal daarom [kind01] onder toezicht stellen voor de duur van twaalf maanden.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
stelt [kind01] onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland met ingang van 31 oktober 2023 tot 31 oktober 2024;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 31 oktober 2023 door mr. A. Verweij, kinderrechter, in aanwezigheid van K.F.G. van Leeuwen als griffier, en op schrift gesteld op 9 november 2023.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.